Page 33

2014 december

De Deurzetter Solid Aqua jaargang 19 14/15 No. 58 Deze 0,11 meter komt ook terug als we kijken naar de kruising. Met de stelling van Pythagoras is gemakkelijk te berekenen dat je bij de kruising meer afstand aflegt dan zonder kruising. De rijder moet zich hier namelijk ook nog eens zijwaarts 5 meter verplaatsen en doet dit theoretisch over een lengte van 111,98 meter (zie figuur 1 in deel 1): en 0,50 meter vanaf de blokjes, rijdt men twee maal het ware rechte stuk, één binnenbocht, één buitenbocht en wisselt men één keer: en 0,50 meter vanaf de blokjes, rijdt men twee maal het ware rechte stuk, twee maal de binnenbocht en géén wissel: ook met 0,50 meter marge, rijdt men twee maal het ware rechte stuk, géén wissel, en twee maal de inrijdbocht. Ik ga uit van een inrijdbaan van 3 meter. Dit maakt deze bocht 22,50 x π = 70,69 meter lang: 32 De op de kruising afgelegde afstand = 5 2 +111,98 2 = 112,09 meter. Het verschil tussen de afgelegde weg en de theoretische 111,98 meter is 0,11 meter. Aangezien de rijders niet wisselen meteen na de start en dus geen 0,11 meter extra rijden, wordt deze 0,11 meter door de plek van de start bewerkstelligt. Het moet natuurlijk wel gereden worden om de baanlengte kloppend te maken. Dit lijkt alleen voor de binnenbaan tot uiting te komen omdat voor de buitenbaan deze 0,11 meter al in de lange buitenbocht is opgenomen. De berekeningen op de vorige pagina brengt ons bij nog een opmerkelijk feit. Moeten wij als schaatsenrijders niet braaf 300 meter afleggen in plaats van de 298,43 meter? Het antwoord is natuurlijk ‘ja’, en de verklaring als volgt: Er wordt er vanuit gegaan dat de rijders niet óp de blokjes kunnen rijden. Hierdoor heeft men gesteld dat een rijder 0,50 meter van de blokjes vandaan blijft. Dit is ook terug te vinden in figuur 1 van deel 1. Het verschil van 0,50 meter in de radius betekent dat je als rijder 0,50 x π = 1,57 meter meer aflegt in een bocht. Tellen we dit op bij de 298,43 meter dan komen we precies uit op: 300,00 meter. Bedenk nu maar eens hoeveel meter je kan winnen als je de bochtlijnen goed volgt en mooi langs de blokjes gaat! Met de extra aanname dat een rijder 0,50 meter van de belijning af rijdt, veranderen de in deel 1 gestelde gegevens en komen we tot de ‘standaard 400 meter ijsbaan’ gegevens: De binnenbocht: 25,50m x π = 80,11 meter. De buitenbocht: 30,50m x π = 95,82 meter. Verschil: 15,71 meter (blijft gelijk). Binnen + buitenbocht: 175,93 meter Om terug te komen op mijn aanzet tot dit kleine onderzoek volgen nu de berekeningen voor de afgelegde weg op een standaard 400 meter ijsbaan tijdens de volgende rondes: 1) Tijdens een wedstrijd 1 Ronde = 111,98m + 111,98m + 80,11m + 95,82m + 0,11m = 400,00 meter 2) Tijdens de ploegenachtervolging 1 Ronde = 111,98m + 111,98m + 80,11m + 80,11m = 384,18 meter (5 rondes is dus 1920,90 meter) 3) Tijdens de training 1 Ronde = 111,98m + 111,98m + 70,69m + 70,69m = 365,34 meter Ik wil benadrukken dat er steeds is uitgegaan van een standaard 400 meter ijsbaan. Volgens mijn informatie is de Jaap Eden baan 13 meter breed. Dit zou kunnen betekenen dat het precies met de standaard baan overeenkomt (5m + 5m + 3m), maar ik durf dit niet met zekerheid te stellen.


2014 december
To see the actual publication please follow the link above